Liesel Reichstaler-Heynemann door Leo Kok

Liesel (1926) groeide op in Dortmund. In de herfst van 1933 ging zij met haar moeder haar vader achterna, die naar Nederland was gevlucht. Ze kregen een woning in Amsterdam. Vader probeerde met allerlei baantjes het hoofd boven water te houden. Liesel wist zich goed aan te passen. Het dagelijkse leven veranderde ingrijpend tijdens de bezettingstijd. Net als alle Joden werden ook de Heynemann’s geconfronteerd net de anti-Joodse maatregelen. Vader kreeg een baantje bij de Joodse Raad. Op 29 september 1943 kwam de zestienjarige Liesel in kamp Westerbork terecht. Ze kreeg met haar ouders twee kamers in een kleine barak. In het kamp moest ze onder andere overalls naaien. Later kreeg ze een baantje als secretaresse. Ze raakte onder andere bevriend met de tekenaar Leo Kok, die graag een portrettekening van haar wilde maken. Daarnaast speelde Werner Hirsch een belangrijke rol in haar leven. Hij schreef voor haar gedichten en vroeg Leo Kok voor de illustraties te zorgen. Vader slaagde er in het gezin in het kamp te houden, waardoor ze op 12 april 1945 door de Canadezen werden bevrijd.